Niet ver van Kos
stad ligt het Asklepion, een beroemd kuuroord uit verre verleden, gewijd
aan de god van de gezondheid, Asklepios. En het was meer dan alleen een
kuuroord. Er was ook vermaak en vertier aanwezig, naast dat het ook een
niet onbelangrijke hospitaalfunctie had. Het werd gebouwd in 357 v. Chr.
Het kuuroord was een van de hoofdzetels van de Asklepiadai, die zich zagen
als de nakomelingen van de god Asklepios.
Zij vormden een gesloten gemeenschap van priesters. Door erfrecht kon
men worden opgenomen binnen deze orde. Het was vooral een jaloerse gemeenschap,
die de geheimen van de medicijnen beschermden. Het karakter van dit kuuroord
was een geheel andere dan die bijvoorbeeld van Epidauros en andere plaatsen.
In het Asklepion was een behandeling meer gebaseerd op een wetenschappelijke
benadering en heldere diagnose. Deze andere benadering wordt toegeschreven
aan de invloed van Hippocrates.
Het kuuroord had ook het recht van toevluchtsoord te zijn, patiënten
genoten een zekere mate van bescherming. Het instituut kende zijn grote
bloei in de dagen van de Ptolemeërs en later onder keizer Nero. De
rijke natuurkundige Xenophon (die hielp keizer Claudius te vergiftigen),
schonk na zijn terugkomst op Kos, het kuuroord gul de standbeelden, die
hij in Rome had vergaard. Zelfs in de late periode van het Romeinse keizerrijk
werden nog grote baden aangelegd.
In de 6de eeuw voor Christus
werd alles vernietigd of door een grote aardbeving of door de aanvallen
van de Saracenen, die het eiland Kos brandschatten. De ridders van St.
Jan gebruikten de ruïnes later als steengroeve. Toch kan men vandaag
aan de dag nog een goede indruk krijgen hoe imposant deze instelling eens
geweest moest zijn.
Vreemd genoeg is het eeuwen lang zoek geweest en bestond het alleen in
verhalen en teksten. De precieze ligging bleef onbekend, totdat de aardbeving
van 1933 het weer blootlegde.
Het kuuroord bestaat uit verschillende verhoogde terrassen tegen een helling
op gebouwd. Op het eerste terras vinden we de Romeinse baden. Dit terras
was omgeven aan drie zijden door een zuilenrij. Aan de vierde zijde bevond
zich een stevige muur, die voor een deel bewaard is gebleven. In het midden
van deze muur is een fontein en een trap die naar het middelste terras
leidt met daarnaast verschillende baden. Deze werden gevoed door een pijplijnsysteem
met ijzerhoudend en zwavelhoudend bronwater.
Tussen deze baden zijn de resten te zien van een kleine tempel met de
voet van een standbeeld van Nero als de god Asklepios (De inscriptie vertelt
over de toewijding aan hem van de natuurkundige Xenophon). Op dit terras
werden waarschijnlijk ook de festivals ter ere van Asklepian gehouden,
dit naar aanleiding van de inscripties van atletiek en andere wedstrijden.
Rechts op het middelste terras zijn tempelresten te zien die tot de oudste
behoren. Zij zijn gedateerd laat 4de eeuw voor Christus tot vroeg 3de.
De letters in geschilderd marmer zijn zeer fijn uitgevoerd. De rest van
het gebouw was in wit en zwart marmer opgetrokken. In de vloer van de
kelder is een soort kluis gevonden voor de ontvangst van offergaven met
verzonken marmeren platen.
De tempel was versierd met schilderingen Apelles, inclusief het bekende
beeld van Aphrodite Anadyomene, later meegenomen door keizer Augustus
naar Rome.
Oorspronkelijk uitgevoerd in basalt voorstellend Venus, die uit een bad
stapt (andere bronnen noemen haar Aphrodite van Knidos).
Achter de tempel vinden we een Romeins huis gebouwd op een Griekse fundering.
Dit was waarschijnlijk een priesterwoning. Aan de voorkant van de tempel
en dan links is een groot altaar (gebouw) gelijk aan die van Pergamon.
Het is in de vorm van de letter U met een centrale trap in het midden.
Het plafond kende verzonken panelen, gedeeltelijk bewaart gebleven, gedragen
door een zuilengang. Hier zien we de standbeelden van Asklepios, Hygieia
en leden van deze familie, toegeschreven aan de zonen van Praxiteles.
Schuin links van het
altaar is een Romeinse tempel. Het kende gecanneleerde zuilen en was versierd
met een bloemendecoratie, waarvan een deel nog is te bewonderen. In de
grote muur aan het einde van het terras is een monumentale trap met links
nissen waarin eens beelden hebben gestaan.
Het hoogste terras grenst aan één zijde aan het heilige
bos. Ook daar vind je de grote tempel gewijd aan Asklepios. Hier was ook
de Christelijke hoek te vinden met een kapel met de naam Panayia tou Tarsou,
waarvan het altaar bewaard is gebleven. De andere drie zijden van dit
hoogste terras kende eerst een zuilengalerij waarin later huizen werden
gebouwd. |
|